Om een beeld te geven van wat er allemaal komt kijken bij het ontwerpen van een skatepark, hebben we de ontwerper van ons skatepark enkele vragen gesteld.

 

Wie ben je en wat was jouw rol bij dit skatepark?

Mijn naam is Stan Postmus en ik werk bij Concrete Matters, het bedrijf wat het Alphen a/d Rijn skatepark heeft ontworpen.

Hoe belangrijk was de input van skaters bij dit ontwerp?

Superbelangrijk! Input van lokale gebruikers is onmisbaar om een goed skatepark te ontwerpen. Uiteindelijk wordt het hun skatepark, daarom moet het maximaal aan hun wensen tegemoetkomen. Naast de wensen van de toekomstige gebruikers kijken wij goed naar wat er elders in de omgeving al aanwezig is qua skatevoorzieningen en op welke manier we hier met ons ontwerp iets unieks aan kunnen toevoegen.

Wat hebben de inloopavonden concreet opgeleverd?

Tijdens de presentatie van het ontwerp kwamen er nog een paar wensen boven tafel die wij vervolgens in het definitieve ontwerp hebben verwerkt. Een van deze dingen was het verwijderen van de groenstroken naast de Hubba ledges. Ook opperde iemand om deze zelfde ledges van een schuine wand te voorzien bij de aanrijroute zodat je er nog op kunt wallieen. Allebei goede ideeën die we dan ook direct hebben aangepast in het uiteindelijke ontwerp.

Hoe bepaal je de juiste radius voor een quarterpipe?

Voor mij is de essentie van skateparks beweging. Dankzij alle beweging van de gebruikers werken alle vormen en toestellen in een skatepark in samenhang met elkaar. Dan moet je de elementen niet als losse onderdelen zien maar juist hun relatie tot elkaar bekijken. De radius van een quarterpipe bepaalt hoe gemakkelijk deze te skaten is en hoeveel snelheid je er in kunt ontwikkelen. Een lage quarterpipe kan – meestal – wel met een kleinere radius worden uitgevoerd terwijl een hogere quarterpipe meestal een iets grotere radius vergt. Dit probeer je vervolgens af te stemmen op wat er elders in het skatepark aanwezig is. Op deze manier kan je een doordachte afweging maken hoe hoog een quarter moet worden en met welke radius die moet worden uitgevoerd.

Wanneer kies je wel of niet voor een coping?

Ook hier geldt dat je een en ander afstemt op wat er elders in het ontwerp of in de directe omgeving aanwezig is. Zo kan je niet alleen kiezen tussen wel of geen coping maar ook nog eens wat voor soort coping; wil je een gemiddelde coping van 60mm of juist een hele dikke copingsbuis zoals bij de lage handrail bij het streetplaza gedeelte? Moet de coping van staal zijn of voegt een betonnen poolcoping iets toe aan het geheel? Inline skaters willen graag ledges met ronde copings skaten terwijl de meeste skateboarders deze copings eigenlijk alleen op quarters willen terugzien en juist niet op ledges. Als een coping aan de voorkant veel uitsteekt dan kan dit hinderlijk zijn bij transfers omdat je dan als skateboarder tegen de coping aanbonkt voordat je loskomt wat niet altijd lekker uitpakt voor de voeling met je board. BMX-ers en inline skaters hebben hier dan weer een stuk minder hinder van. Over het algemeen proberen wij in onze ontwerpen altijd een leuke en doordachte variatie aan te bieden zodat er voor iedereen genoeg te skaten valt en er ook genoeg te ontdekken is.

Hoe bepaal je de afstand tussen obstakels?

Dit is niet eenvoudig en er is ook geen gulden regel voor. Uiteindelijk is dit toch vooral een kwestie van ervaringsdeskundigheid maar dat klinkt ook zo stom om dat zo te zeggen. Wat in ieder geval heel belangrijk is bij het bepalen van de afstand tussen toestellen is dat je eerst goed nadenkt met welke snelheid men hier gebruik zal maken van het skatepark en welke lines je hier mag verwachten. Op een computerscherm kom je als ontwerper nog wel eens in de verleiding om lege ruimten ‘op te vullen’ maar wil je lekker in een skatepark kunnen rondrollen dan is het ook heel belangrijk dat er genoeg open ruimte is overgelaten.

Wat betekent ‘flow’ voor jou?

Voor mij persoonlijk is het een van de allerleukste dingen aan skaten. Uit je hoofd, op je board en helemaal in het moment. In een skatepark zie ik ‘flow’ als een goede aaneenschakeling van elementen binnen het ontwerp.

Wat maakt dit park uniek?

Ten eerste natuurlijk de omvang: het is een gigantisch groot skatepark! Door deze vorm van het terrein werd het mogelijk om vier min of meer aparte secties te maken die onderling weliswaar met elkaar verbonden zijn maar wel ieder hun eigen stijl hebben. Zo zijn er natuurlijk de miniramp en de pool aan de kopse kanten maar verder zijn er ook nog de twee verschillende soorten street parcours. Eentje met ‘klassieke’ onderdelen zoals een pyramide en trappartijen met rails & ledges , daarop aangesloten ligt het gedeelte wat iets meer weg heeft van een zogenaamd ‘plaza’ waar de onderdelen juist meer low-impact zijn voor de meer technische uitdagingen. Deze vier secties op een leuke manier met elkaar in verbinding te stellen was een hele uitdaging maar ik denk dat we daar nog best aardig in zijn geslaagd.

Waar ben je het meest trots op?

Wat ik zelf één van de leukste dingen vind aan skaten is om je eigen pad uit te stippelen. Het Kenzy skatepark is zó ontworpen dat je er in één ononderbroken beweging doorheen kunt skaten terwijl er tegelijkertijd toch echt 4 ‘aparte’ secties zijn: de miniramp, de plaza, het streetparcours en de pool. Kenzy 4.0 is dan ook een van de meest uitgebreide en diverse skateparks van Nederland wat eerst alleen op mijn computerscherm stond en nu in het Europapark is gerealiseerd. Hoe gaaf is dat?!?

Wat hoop je dat skaters hier ervaren?

Ik hoop dat iedereen die Kenzy 4.0 gebruikt dat met veel plezier doet.